Leesverslaving

Mijn leesverslaving begon meer dan een kwart eeuw geleden door toedoen van een aardige juffrouw op de basisschool die vond dat mijn zusjes en ik lid moesten worden van de openbare bibliotheek. Dat was in een andere tijd, toen Marokkaanse jongetjes nog zeldzaam exotisch waren, per definitie aardig werden gevonden en van die leuke zwarte krullenbollen hadden waar juffrouwen en oude mevrouwen graag met hun vingers doorheen woelden. Zo werd ik de trotste bezitter van een lenerspas van de plaatselijke openbare bibliotheek. Het eerste boek dat ik leende, was een stripboek uit de kuifjesreeks: Kuifje, Het Gebroken Oor. Met dat stripboek begon een leesgekte die zo uit de hand liep dat mijn vader inlevering van de lenerpas eiste en tot mijn grote verdriet een quotum instelde voor het aantal te lezen boeken per week.

Ga door met lezen van "Leesverslaving "...

Naamloos - deel 3

Roomservice! Roomservice! Een tengere jongen zette met trillende handen mijn kopje koffie op tafel. ‘Broeder uw koffie’. Het stukje ongeduld dat voor me stond keek me vragend aan. Op weg naar een beter leven, hoopte hij een paar biljetten uit me te vissen. Ik trok mijn portemonnee uit en haalde een briefje van 1000 roepie uit en gaf het hem. Zijn ogen puilden uit van geluk. Hij vertrok bijna dansend uit mijn kamer.

Zijn woorden galmden nog steeds in mijn hoofd. Verdomme, ik kreeg ze er niet uit. Broeder uw koffie! Broeder uw koffie, Broeder! Broeder! Die verdomde Indiase beleefdheid, soms ben ik een broeder, dan weer een oom, en zo wipt het leven van het ene naar het ander. Broeder en oom, oom en broeder. De koffie smaakte bitter, een tegenreactie op mijn vloekende denken. De koffie had me te pakken en vertelde meer over mijn leven dan ik ooit zou kunnen vertellen. Officieel ben ik een bastaard. Ik verstopte vaak dit erkende diploma voor anderen, maar iedere keer weer kondigde de  Indiase maatschappij mijn wedergeboorte aan.

Ga door met lezen van "Naamloos - deel 3"...

Naamloos - deel 2

Het gezoem leek uren te duren, ik balde mijn vuisten. Liet mijn aandacht vestigen op het vieze beest dat kwam aanzoemen. Wat een kreng! Gek genoeg, voelde het beest mijn afgunst aan.  Dat vieze ding stopte voor mijn neus en vloog rondjes om mijn gezicht heen. Maar niet voor lang, de aandacht van het beest werd afgeleid.

Daar kwam ze aanvliegen vol passie en liefde. Samen vlogen ze in de hoogte rond. En toen, toen begon een afschuwelijk liefdesspel. Ik werd kotsmisselijk van mijn eigen jaloezie. Ik herinner me de eerste keer dat ik jaloezie aanvoelde. Een orkest van gevoelens duwden mij de grond in. O Naamloze, ervaar het gevoel van onmacht! Daar en toen heb ik voor het eerst het aangezicht van de grond aangevoeld…

Ga door met lezen van "Naamloos - deel 2"...

Naamloos - deel 1

Het leven is een gat, het gat boven mij. Momenten vallen als druppels regen in ons leven. Het maakt ons zo nu en dan nat en zwak en soms toch weer schoon. Alleen het gat boven mij, is niets meer dan een confrontatie met mijn leven. Het leven in Bhindi Bazaar (moslimwijk in Mumbai). Trots? Niet echt. Teleurstelling? Ik denk het niet.

Wie ik ben? Ik weet het niet. Hoe ik heet? Ik weet het niet. Ik heb geen naam, geen vader en geen moeder. Alleen momenten die mijn leven tekenen. ‘Wij zijn de kinderen van God’ de woorden van Pater John zijn me altijd bijgebleven. Vanaf mijn vijfde tot en met mijn achtste heette ik Samuël en was ik een christen. Ik was goed in Christen zijn, een rol waarin ik mij totaal uitleefde. Pater John verbloemde het leven en deelde het bed met heroïnehoertjes in de nachten. Ook hij speelde een rol. Samuël was een stomme naam, ik wilde iemand anders zijn.

Ga door met lezen van "Naamloos - deel 1"...