Fatiha kan door haar werk binnen de hulpverlening wel degelijk onderschrijven dat menselijk lijden geen verzinsel is. Deze keer schrijft ze over ouders die mishandeld worden door hun eigen kinderen.
De karakters en specifieke gebeurtenissen in dit artikel zijn fictief, maar vormen wel een reflectie van de werkelijkheid.De term ‘huiselijk geweld’ is niet slechts de optelsom van de woorden ‘man’+’slaat’ + ‘vrouw’. Iemand bedreigen, in huis opsluiten, dwingen tot gemeenschap of financieel uitbuiten, vallen alle onder de paraplu huiselijk geweld en elk gezinslid kan pleger zijn. Een vorm van dit geweld die betrekkelijk onbekend is, is oudermishandeling. Oudermishandeling is helaas geen verzonnen fenomeen, maar bestaat echt, komt in Nederland gemiddeld bij 9% van de meldingen van huiselijk geweld voor en maakt deel uit van een complexe gezinsproblematiek. Oudermishandeling omvat zowel fysieke als verbale vormen van mishandeling, gepleegd door een inwonend kind dat op de één of andere manier nog afhankelijk is van de ouder(s). Soms duurt het geweld voort als de kinderen reeds het nest hebben verlaten en in enkele gevallen blijft het trauma, veroorzaakt door het geweld en gevoed door schaamte en machteloosheid, het slachtoffer nog jarenlang achtervolgen.
Nee, ik haat haar niet.
Maar ben ik een slechte moeder wanneer ik zeg dat ik soms wens dat ze nooit geboren was?
Net negentien is zij die negen maanden lang de bevoorrechte positie had om zich in veiligheid in mij te ontwikkelen.
Zij, die ik altijd heb voorzien in alle primaire levensbehoeften.
Zij, die nooit iets aan materiële zaken tekort heeft mogen komen.
Zij, voor wie ik al mijn eigen belangen opzij heb gezet.
Zij, die altijd op mijn onvoorwaardelijke liefde heeft kunnen rekenen.
Zij, die het leven van een welgestelde koningsdochter heeft geleefd.
Zij, die nu van mijn aanspreektitel een woord heeft gemaakt waarvan de minachting afdruipt.
Zij, die maakt dat mijn huis sinds een aantal jaar niet meer aanvoelt als een thuis.
Zij, die wanneer ik niet direct in ga op haar vernederende verzoek, mijn huis kan transformeren in een oorlogsgebied.
Zij, die me onder bedreiging van een mes keer op keer geld afhandig maakt.
Zij is het, die van mijn lichaam een kleurenpalet heeft gemaakt bestaande uit dieppaarse tot gele plekken.
Ja, mijn dochter is de tiran die mij nu volledig in haar macht heeft..
Niets weerhoudt mij ervan mijn vuile was zorgvuldig binnen te houden. Niet enkel uit vrees voor haar onverhoedse vergelding, probeer ik mijn ellende angstvallig verborgen te houden. Maar wat zullen de mensen wel niet denken? Nee, de vernedering en schaamte zijn te groot. Daarom moet dit gesprek tussen ons blijven. Voorlopig moet ik de gezinsmythe in stand houden en mijn geforceerde glimlach is daarin mijn sterkste wapen. De glimlach waardoor men genoegen neemt met het antwoord op de retorische vraag of alles goed gaat.
Mijn eigen moeder is heengegaan voordat ik oud genoeg was om haar te kunnen herinneren. Mijn vader was een dominante man die veel aanzien genoot. Toen ik zeventien was raakte ik in verwachting en werd ik geboden met de vader van mijn ongeboren kind te trouwen. Het kwam niet eens in mij op om te protesteren, de wil van mijn vader was immers wet. Toen mijn dochter ter wereld kwam beleefde ik zo’n intens gelukzalig gevoel, dat mijn verleden zich als het krijt op een schoolbord liet wegwissen. Een start waarin ik de balans na het gemis van het hebben van een moeder in evenwicht kon brengen. Ik had eindelijk iets om voor te leven, ik had een doel, een bestemming. Ik had wederzijds onvoorwaardelijke liefde gecreëerd.
Ik herinner mij de geur van de zon in haar haren. De mollige handjes vol met zand. Haar tandeloze grijns die mij vlinders bezorgde. Maar het geluk kende een keerzijde. Ze had een moeilijk temperament, huilde veel en was als kleuter zeer tegendraads. Haar vader bestrafte mij regelmatig daarvoor. De catastrofale dag dat hij zijn frustratie op ons wonder botvierde, ging ik definitief bij hem weg. Aan de andere kant van het land, kon mijn dochter nog altijd bovenmatig driftig, afmattend en onhandelbaar zijn wanneer ze haar zin niet kreeg. Ik wilde niet dat zij opgroeide met leed en ballast op haar schouders en kwam haar in alles tegemoet. Steeds maar weer.
De echte problemen begonnen toen ze de overstap naar het voortgezet onderwijs maakte. Ze begon met het roken van cannabis en vond op steeds latere tijdstippen haar weg terug naar huis. Op school presteerde ze de enkele keren dat ze wel aanwezig was nauwelijks en ik kon op geen enkele wijze tot haar doordringen. Het middelenmisbruik had een ontremmend effect op haar toch al driftige persoonlijkheid. Het met de grond gelijk maken van huisraad en de intimidatie waren destijds slechts de eerste noten van de prelude van het geweld dat zich uiteindelijk tot mij zou richten. Ten einde raad nam ik contact op met de hulpverlening. Mijn kind kreeg een etiket: licht verstandelijk beperkt. Het woord dat in elke rapportage terug kwam, verschijnt voortdurend in neonletters wanneer ik mijn ogen sluit; parentificatie. Ik heb altijd de beste bedoelingen gehad, maar het systeem wees met een priemende beschuldigende vinger naar mij. Ik zou tekort zijn geschoten in mijn rol als moeder. Ik zou teveel, te vaak en te snel hebben toegegeven waardoor mijn dochter noodgedwongen zelf verantwoordelijkheid moest nemen voor haar opvoeding. Ze heeft nooit grenzen geleerd doordat er nauwelijks sprake was van consequent toegepaste gedragsregels. Haar vrijbrief om de grenzen continu te verleggen en misbruik te maken van de verstoorde machtsstructuren. De rechter besloot haar voor behandeling in een instelling, die tevens door delinquente kinderen bewoond werd, te plaatsen. De drie jaar die ze daar heeft doorgebracht, hebben haar bij nader inzien meer slecht dan goed gedaan. Maar ik had in die periode eindelijk rust.
Als zeventienjarige, stond ze ineen voor de deur; weggelopen en wilde niet meer terug. Onder valse voorwendselen heeft ze mij zodanig gemanipuleerd dat ik haar heb laten onderduiken en loog over haar verblijfplaats. Had ik dat maar niet gedaan. Had ik maar eerder dan deze dag mijn stem laten horen. Maar haar onbetrouwbare belofte op beterschap en het verlies van het vertrouwen in de hulpverlening weerhielden mij ervan. Nu is het te laat. Ze is wettelijk gezien volwassen, eigen baas. Geen werk, geen school, slechts torenhoge schulden en haar joint in de ene hand terwijl haar andere hand gebald is tot een vuist. Klaar om hem te gebruiken. Zelfs tegen mij. Ze is tussen de mazen van Jeugdzorg geglipt. Tussen wal en schip geraakt, omdat ze te oud is voor de Jeugdzorg en er zonder mijn aangifte niet overgegaan kan worden tot gedwongen hulpverlening. Maar ik ga mijn eigen kind toch niet aangeven bij de politie?
Ik zou alles doen om mijn dochter te beschermen, mijn liefde voor haar is allesomvattend. Maar ik ben zo ontzettend moe. Ik ben de uitputting nabij. Ik kan niet langer hoopvol anticiperen op een reikende hand. Ik loop continu op mijn tenen om het geweld maar niet uit te lokken. Op het werk heb ik mij herhaaldelijk ziek gemeld omdat het daglicht de blauwe plekken in mijn gezicht niet mag strelen. Hoewel mijn fysieke pijn met het helen van mijn wonden vergeten wordt, blijft het gevoel van mislukken samen met mijn littekens bestaan. Ik ben mijn gevoel voor eigenwaarde ergens onderweg naar vandaag kwijtgeraakt. De uitzichtloosheid van de situatie ligt als een natte, stinkende lap over mijn gezicht. Wanneer de duistere stemmen het gesprek in mijn hoofd overnemen en mij verder richting de afgrond praten, wens ik wel eens dat ik zelf genoeg lef had om te springen. De moed om er zelf een einde aan te maken, voordat mijn dochter het voor me doet.
Kunt u mij helpen?
Volg Wij Blijven Hier! ook op TwitterOok interessant:
Gepubliceerd op 02 oktober 2012












Mis hier toch echt een goede analyse van het probleem. Wat is de gezins situatie? Hoe zit het met de vader? Is er geen sociaal vangnet? De psychologische situatie is vaag.
Het lijkt me ook handig als je wilt aangeven hoe je een dergelijke situatie wilt aanpakken.
Dat geeft hier ook wat meer ruimte voor discussie.
Eindeloos triest. Maar natuurlijk moet er aangifte worden gedaan en sowieso moet die dochter onmiddelijk dat huis uit.
Een heftig verhaal zeg, subhanlah, wat een gebrek aan opvoeding allemaal niet kan doen.
Die vader is ook triest zeg, losse handjes mogen mijn part afgehakt worden. Hoe kan een vader z’n eigen kind in de steek laten.
Allah yehdihoum.
O zeker alle moeders maken fouten. Er is geen cursus waarin je leert hoe je een goede moeder/opvoeder moet zijn. Maar voordat een oordeel geveld wordt zou zo*n kind ook onderzocht moeten worden door een psychiater en een onderzoek aan de hersenen misschien. Om hersenziekten uit te sluiten in ieder geval. Als daar niets mis mee is, zou er misschien een psychiater of een psycholoog aan te pas moeten komen.Heel vaak richten kinderen hun agressie op 1 ouder en dat is in 70 procent van de gevallen de moeder. Ik ken zoveel moeders die met dit probleem zitten. Ze praten er iet makkelijk over omdat het een schande voor de familie is en je loopt vaak niet te koop met je verdriet en je ellende. Op die manier komtzo*n moedr ook in een isolement naast de eenzaamheid die zij al ervaart door de problemen van haar dochter. Want zulke dingen vertel je niet aan anderen. Dan krijg je vaak te horen dat het wel aan de “Opvoeding “die jij dus hebt gegeven zal liggen. Maar er zijn ook genoeg ouders van kinderen met een persoonlijkheidsstoornis. En op het woord ersoonlijkheidsstoornis ligt al een taboe, nog meer ruimte voor eenzaamheid en afzondering.